top of page

Organisaties investeren in gedrag, maar richten het niet in

  • 26 mrt
  • 2 minuten om te lezen

Wat afhankelijk blijft van personen, blijft bestuurlijk kwetsbaar

Tijdens een gesprek met een directeur over samenwerking en eigenaarschap zei hij halverwege: "Maar hier zijn we toch al mee bezig?"


Hij had gelijk. Er waren sessies geweest. Afspraken gemaakt. Teamoverleggen georganiseerd. Leidinggevenden hadden het onderwerp meerdere keren geagendeerd. Er was aandacht geweest. Energie ook.


En toch kwamen dezelfde thema's terug. Niet omdat mensen niet wilden. Niet omdat de strategie onduidelijk was. Maar omdat gedrag steeds opnieuw aandacht nodig had.

"Leiders lossen in gedrag op wat de inrichting had moeten dragen."

Wat wel is ingericht - en wat niet

Veel organisaties hebben hun inhoud goed ingericht. Strategie, KPI's, planningen, voortgangsgesprekken. Het is helder wie waarvoor verantwoordelijk is en wanneer iets besproken wordt.Ā Ook het proces is meestal georganiseerd. Overlegstructuren, besluitvormingslijnen, rapportages. Het werk loopt.


Maar gedrag - hoe mensen elkaar aanspreken, besluiten echt dragen, omgaan met spanning of eigenaarschap nemen - heeft zelden een vaste plek in datzelfde ritme.


Het krijgt aandacht wanneer het wringt. Wanneer resultaten achterblijven. Wanneer de samenwerking stroef wordt.Ā Dan wordt het besproken. Bijgestuurd. Soms stevig ook. Dat werkt. Voor even.


Tot de druk verschuift. Tot de agenda weer volloopt. Tot er andere prioriteiten op tafel liggen.Ā Niet uit onwil. Maar omdat inhoud en proces vanzelf terugkomen op de agenda. En gedrag meestal niet.


Wat er dan ontstaat

Wat dan ontstaat, is geen crisis. Het werk draait. Er wordt geleverd. Maar de vooruitgang leunt ongemerkt op enkelen. Op de mensen die het gesprek opnieuw openen. Die de nuance aanbrengen. Die het nog een keer uitleggen. Die de spanning dempen.

Zolang zij het oppakken, blijft het lopen.Ā Dat is bewonderenswaardig. Maar ook kwetsbaar.

Gedrag ontstaat niet bij ƩƩn persoon. Het ontstaat tussen mensen in het werk. Hoe een team samenwerkt, besluiten neemt en omgaat met spanning bepaalt de norm. Die norm is sterker dan het gedrag van individuele teamleden. En zolang die norm geen vaste plek heeft in de inrichting, blijft ze afhankelijk van wie het gesprek erover opent.


Wat afhankelijk blijft van personen, blijft bestuurlijk kwetsbaar. Niet omdat die mensen tekortschieten. Maar omdat aandacht zich altijd beweegt naar wat het meest urgent is.


De reflex. En waarom die tekortschiet

De reflex is dan om opnieuw te investeren in bewustwording, training of leiderschapsontwikkeling. Dat heeft waarde. Maar het lost het inrichtingsprobleem niet op.


Zolang gedrag alleen aandacht krijgt als onderwerp - en niet als onderdeel van het reguliere werkritme - blijft het tijdelijk.


Het is geen extra programma dat organisaties nodig hebben. Het is een inrichtingsvraag.


Een andere vraag

De vraag is niet of gedrag belangrijk is. Dat vindt iedereen. De vraag is waar het thuishoort.


Niet als los traject. Niet als periodieke interventie. Maar als terugkerend onderdeel van hoe het werk toch al georganiseerd is.


Voor directies betekent dit een verschuiving in denken. Niet langer: hoe zorgen we voor meer aandacht? Maar: waar krijgt gedrag structureel zijn plek?


Dat is minder spectaculair dan een nieuw programma. Maar duurzamer dan steeds opnieuw beginnen.

De directeur uit het gesprek zei aan het eind: "Dus het probleem is niet dat we er niets aan doen. Het is dat het nergens blijft."

Precies dat.


De bestuurlijke vraag is geen uitvoeringsvraag. Het is een inrichtingsvraag:

Waar in uw organisatie krijgt gedrag een vaste plek, ook wanneer het niet wringt?Ā 


Ā 
Ā 
bottom of page