top of page

Waarom leiderschapstrainingen het gedragsprobleem niet oplossen

  • 26 mrt
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 27 mrt

En welke vraag organisaties wél moeten stellen

Vrijwel elke organisatie herkent het patroon. Gedrag staat op de agenda. Er worden sessies georganiseerd. Trainingen ingekocht. Goede gesprekken gevoerd.


En toch keren dezelfde thema's terug. Samenwerking die stroef loopt. Besluiten die niet landen. Spanning die niet wordt uitgesproken.


Het antwoord van de meeste organisaties is meer van hetzelfde: een nieuwe training, een ander programma, een extra coachingstraject.


Maar misschien is het probleem niet de kwaliteit van de aanpak. Misschien is het de aanpak zelf.


De gangbare aanpak en wat die niet oplost

Organisaties investeren fors in gedragsverandering. Leiderschapstrainingen, teamcoaching, cultuurprogramma's: de markt is groot en het aanbod is breed.


Die investeringen zijn niet zonder waarde. Een goede training maakt iemand bewuster. Een coach helpt patronen zien. Een cultuurprogramma zet onderwerpen op de agenda.


Maar ze lossen één fundamenteel probleem niet op: ze zijn afhankelijk van personen.


Een betere training levert een betere drager op. Niet een organisatie die het draagt.

De leidinggevende die de training heeft gevolgd, past het toe. Totdat de drukte terugkomt. Totdat hij of zij vertrekt. Totdat het team wisselt.


Het cultuurprogramma loopt. Totdat de prioriteiten verschuiven. Totdat het budget elders nodig is. Totdat de kwartjes op zijn.


Wat overblijft is geen crisis. Maar hetzelfde gesprek dat steeds opnieuw geopend moet worden door dezelfde mensen.


Het is geen mensenvraagstuk

De neiging om dit te zien als een tekort aan mensen - aan leiderschap, aan commitment, aan de juiste cultuur - is begrijpelijk. Maar ze is onjuist.


Organisaties die dit patroon herkennen, hebben doorgaans geen gebrek aan goede mensen. Ze hebben een inrichtingsprobleem.


Inhoud is georganiseerd in de meeste organisaties. Processen ook. Financiële resultaten worden gemeten en besproken. Maar gedrag - hoe besluiten worden gedragen, hoe spanning wordt besproken, hoe eigenaarschap wordt genomen - heeft zelden een vaste plek in het dagelijkse werk.


Het krijgt aandacht wanneer het wringt. En verdwijnt wanneer andere onderwerpen urgenter worden.


Zolang dat zo is, blijft de verantwoordelijkheid voor gedrag ongemerkt verschuiven naar de mensen die het blijven oppakken. Niet omdat anderen niet willen. Maar omdat het systeem het zo organiseert.


Wat dit bestuurlijk betekent

Voor bestuurders heeft dit een concrete consequentie die zelden zo wordt benoemd.


Zolang gedrag afhankelijk blijft van wie het oppakt, is de organisatie kwetsbaar op een manier die niet zichtbaar is in cijfers of rapportages. De strategie kan helder zijn. De mensen kunnen goed zijn. En toch bewegen teams niet mee met de koers.


Wat afhankelijk blijft van personen, blijft bestuurlijk kwetsbaar. Niet omdat mensen tekortschieten. Maar omdat het systeem het nog niet draagt.

Die kwetsbaarheid heeft een prijs.


Onderzoek van Gallup laat zien dat een mismatch tussen cultuur en strategie organisaties gemiddeld 18% van de jaarlijkse loonsom kost. Door verloop, lagere productiviteit en gemiste samenwerking. Dat zijn geen HR-cijfers. Dat zijn businesscijfers.

En de investering in de gangbare aanpak - trainingen, programma's, trajecten - lost dat niet op zolang gedrag geen vaste plek heeft in de inrichting van de organisatie.


De andere vraag

Sommige organisaties stellen een andere vraag. Niet: hoe krijgen we mensen mee? Maar: waar krijgt gedrag een vaste plek in het dagelijkse werk?


Dat is een inrichtingsvraag. En die is fundamenteel anders dan een uitvoeringsvraag.


Een uitvoeringsvraag los je op met een interventie. Met een programma, een training, een traject. Iemand pakt het op, het beweegt, en daarna is de vraag wie het volgende keer oppakt.


Een inrichtingsvraag los je op door te veranderen hoe de organisatie werkt. Concreet: door te zorgen dat teams in hun bestaande werkritme ook het gesprek over hun eigen gedrag voeren. En dat zichtbaar wordt welke teams dat doen en hoe zij zich op teampatronen ontwikkelen.


Niet als extra programma naast het werk. Maar als onderdeel van het werk zelf.


Wat dat in de praktijk vraagt

Gedrag structureel inrichten vraagt om vier dingen die samen het verschil maken tussen een interventie en een inrichting.


Ten eerste: gedrag benaderen als collectief vraagstuk. Gedrag ontstaat niet bij individuen. Het ontstaat tussen mensen. Zolang organisaties individuele ontwikkeling centraal stellen, blijven de patronen die in teams ontstaan buiten beeld.


Ten tweede: het gesprek over gedrag een ritme geven. Wat geen vast moment heeft, verdwijnt in de waan van de dag. Het maandelijkse cijfergesprek staat in elke agenda. Het gesprek over gedrag niet.


Ten derde: gedrag meetbaar maken. Teams zien hun eigen patronen zelden — net zoals je je eigen accent niet hoort. Zonder gedeeld zicht op wat er werkelijk gebeurt in de samenwerking, blijft het gesprek fragmentarisch.


Ten vierde: teams hun eigen gedrag laten sturen. Verantwoordelijkheid die iemand anders draagt, wordt nooit van het team. Zodra het team zelf het gesprek kan dragen, verdwijnt de afhankelijkheid van enkele personen.


Met drie van de vier kom je er niet. Zonder één van de vier blijft het systeem lek.


De vraag die telt

De vraag is niet of je organisatie goede mensen heeft.


De vraag is of de organisatie zo is ingericht dat gedrag niet afhankelijk is van wie het oppakt.


Waar in je organisatie krijgt gedrag een vaste plek in het dagelijkse werk, ook wanneer het niet wringt?

 


Meer lezen? Lees ook: Waarom het gesprek over gedrag steeds opnieuw terugkomt over de vier elementen van gedragsinrichting en hoe die samenhangen.

 
 
bottom of page